Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

Het Collegeprogramma 2019-2022 bevat de volgende uitgangspunten voor de gemeentelijke lasten:

  1. de belastingtarieven worden in het algemeen de komende bestuursperiode met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd;
  2. belastingtarieven waar individuele producten en diensten tegenover staan zijn niet hoger dan kostendekkend.

Onroerendezaakbelasting

De begroting van de onroerendezaakbelasting (OZB) gaat niet uit van een tarief, maar van een opbrengst. De uitwerking van de begrote opbrengst in een tarief volgt bij de jaarlijkse vaststelling van de belastingverordeningen en tarieven. De gedachte hierachter is dat de totale OZB-opbrengst niet mag veranderen als gevolg van waardefluctuaties op de onroerendgoedmarkt (WOZ-waarde).
Algemeen uitgangspunt is een jaarlijkse indexering van de OZB-opbrengst met het inflatiepercentage (voor 2022; 1,1%). Daarnaast leidt een uitbreiding van het WOZ-areaal (omvang van de voorraad WOZ-objecten) tot een evenredige uitbreiding van de OZB-opbrengst;.

Vanaf het jaar 2022 heffen we geen precariobelasting op leidingen. Waterbedrijf Oasen belastte de precariobelasting door aan inwoners via de waterrekening. Vanaf 2022 daalt daarom de waterrekening. De raad heeft in de vergadering op 7 november 2019 besloten om met ingang van 2022 de wegvallende precario inkomsten van de waterrekening te compenseren door inbouw in de OZB. In totaal gaat het om € 142.000.

Roerende zaakbelasting

Wettelijk is bepaald dat de tarieven van de roerende zaakbelasting (RZB) gelijk moeten zijn aan die van de OZB. Voor de RZB tarieven geldt dan ook hetzelfde als voor de OZB tarieven.

Rioolheffing

Conform het algemene uitgangspunt uit het collegeprogramma stijgt de rioolheffing verhoogd met de inflatie (1,1%).

Afvalstoffenheffing

Het tarief voor de afvalstoffenheffing moet leiden tot een 100% dekking van de kosten. Door hogere kosten moet de opbrengst met € 242.000 meer dan de inflatie stijgen om kostendekkend te zijn. De exacte tariefsverhoging wordt later dit jaar berekend bij de vaststelling van de verordening afvalstoffenheffing.

Precariobelasting

Vanaf 2022 is de precariobelasting op leidingen niet meer toegestaan.

Een gedeelte van de wegvallende opbrengst precariobelasting wordt gecompenseerd met een verhoging van de OZB, zie hiervoor onder het kopje OZB.

Forensenbelasting

Conform het algemene uitgangspunt uit het collegeprogramma stijgt de forensenbelasting in 2022 met het inflatiepercentage (1,1%).

Leges

Algemeen uitgangspunt bij de leges is de jaarlijkse indexering met het inflatiepercentage (1,1%). Uitzonderingen hierop zijn leges die gebonden zijn aan wettelijke tarieven en leges waarvoor uitdrukkelijk voor een ander beleid is gekozen.

Een dergelijke uitdrukkelijke keuze is gemaakt voor de begraafplaatsrechten. In 2015 is besloten om stapsgewijs toe te werken naar kostendekkende tarieven. In 2021 wordt een vervolg gegeven aan het groeien naar kostendekkende tarieven en worden de tarieven naast de indexatie voor inflatie (1,1%) verhoogd met een percentage van 5%.

De lasten van het product Ambulante handel, omvatten meer dan de kosten die direct verband houden met de organisatie en instandhouding van de weekmarkten en standplaatsen. Een deel van de inzet aan uren is beleidsmatig van aard en betreft ook de bevordering van de lokale economie. Gelet op de hoogte van de tarieven in de regio is volledige kostendekkendheid voor dit product geen uitgangspunt.

Verder continueren we voor de omgevingsvergunningen (bouw) het egalisatiebeleid waarin we de invloed van fluctuaties van kosten en opbrengsten op de tarieven enigszins proberen te matigen. Dit doen we door stortingen in en onttrekkingen aan de egalisatiereserve omgevingsvergunningen.

Deze pagina is gebouwd op 11/12/2021 12:04:52 met de export van 11/12/2021 11:55:26